een bouwhistorische verkenning van een benedenwoning op het adres Westeinde vroeger deel uitmakend van een groot 18e eeuws woonhuis; interessant zijn de overblijfselen van de 2 oudere 17e eeuwse panden die ooit verheeld zijn geweest en de kelders die mogelijk nog ouder zijn
“ ’s Graavenhaage … ligt het aan alle kanten omringd van aanzienlijke dorpen, heerlijke landhuizen, prachtige hoven en aangename wegen …“
Bovenstaande beschrijving uit 1793 beloofd een aangename kennismaking met het dorp Den Haag. Ondanks de status als grafelijke residentie en bestuurscentrum heeft Den Haag nooit kunnen uitgroeien tot een versterkte stad met ommuring en vestingwerken. Het dorp kon daardoor vrijelijk uitbreiden naar alle kanten. Vanuit de vroegste situatie waren er vier belangrijke uitvalswegen naar en uit Den Haag. Een oostelijk route richting Leiden, een zuidelijke route richting Delft, een noordelijke route richting zee en een westelijke route (Westeinde) richting het Westland met zijn grafelijke woonplaats en agrarische gebieden. Het Westeinde was dus van oudsher een belangrijke verbindingsweg. Het pand van onderzoek ligt in het, ouds bebouwde, oostelijke deel van de straat (vroeger Hoge Westeinde genaamd) grenzend aan het centrum. Het onderzoek beperkt zich tot het huisnummer 32A dat op de beganegrond is gelegen. Een bijzonder gegeven daarbij is dat het adres voor meer dan honderd jaar in gebruik is geweest van het ambachtelijke bedrijf Linneweever. Aanleiding voor het onderzoek is de beëindiging van de bedrijfsvoering en een voorgenomen verbouwing ten behoeve van ander gebruik.